1984, bullshit en Baudet

Een boekbespreking dit keer. The Ministry of Truth van Dorian Lynskey gaat over de totstandkoming en erfenis van George Orwells meesterwerk, de toekomstroman 1984. Koopt dit boek, liefst allebei, bij uw lokale boekhandel uiteraard.

Orwell (1903-1950), een hartstochtelijk sociaaldemocraat avant la lettre maakte als journalist zowel het Spaans en Duits Fascisme als de nadagen van het Brits kolonialisme in toenmalig Birma van dichtbij mee. De gezondheid van workaholic en kettingroker Orwell was al niet best toen hij kort na de oorlog aan zijn nieuwe boek wilde beginnen. Binnen een jaar verloor hij ook nog zijn moeder, zus en echtgenote Eileen. Om in alle rust te schrijven huurde hij een afgelegen boerderij op het Schotse eiland Jura. De gezonde zeelucht mocht niet baten. Zijn tuberculose was te ver gevorderd en amper een jaar na publicatie van 1984 overleed hij, nog geen 47 jaar oud.

Doorgaan met het lezen van “1984, bullshit en Baudet”

Moeizaam Engels

Het songfestival was met alle coronabeperkingen een moeizame affaire dit jaar. Ik houd van muziek dus ik heb het uiteraard niet gevolgd. Alle kleuren van Groot-Europa zingen in hun eigen Engels, door Paulien Cornelisse in haar Volkskrant-column raak getypeerd als moeizaam Engels. Het klinkt tenminste aardiger dan broken English, de neerbuigende karakterisering van de taalvarianten zoals die zich na het vertrek van de kolonisators hebben ontwikkeld over de wereld.

We leren Engels op school omdat het belangrijk is voor je studie en werk. Nou ja, voor een deel van de hoger opgeleiden dan. De meeste leerlingen blijven in Nederland wonen en komen in een werkkring waar Nederlands de voertaal is. Voor hen is die kennis een handig stuk communicatiegereedschap om ideeën tot zich te nemen en over te dragen. Als je je scriptie in het Engels schrijft moet je je boodschap begrijpelijk, objectief en ondubbelzinnig leren uitdrukken.

Doorgaan met het lezen van “Moeizaam Engels”

Sla al die gouden tips voor programmeurs gerust over

Er is volop gratis advies om een betere ontwikkelaar te worden. De meeste mag je gerust negeren, want je hebt ze in verschillende gedaanten al eerder gehoord. De grote reikwijdte van de hedendaagse IT maakt het meeste advies ook betrekkelijk. Niet alles is overal even nuttig, en heb je een tip die wel breed inzetbaar is dan is weten nog lang geen doen.

Blogs en fora voor en door programmeurs puilen uit van de goedbedoelde lessen hoe ook jij tot het puikje van je beroepsgroep kunt gaan horen, of anders zijn het wel gouden tips om de prutsers in je team te herkennen. Het meeste is zonder wetenschappelijke onderbouwing, zoals dat hoort op het internet. Ik kan ook best tien geboden of zeven doodzondes uit mijn mouw schudden. Dat wordt dan een mengelmoesje van wat ik de afgelopen jaren zoal heb meegemaakt, gehoord en gelezen in de hoop dat anderen er ook wat aan hebben. Ga ik niet doen.

Doorgaan met het lezen van “Sla al die gouden tips voor programmeurs gerust over”

Teamsfeer en betrokkenheid – en dan pas het gereedschap

Hier is een leuke oefening als je al wat jaren en werkgevers op je cv als developer hebt staan. Geef al die projecten eens een intuïtief punt. Bij een tien zou je morgen meteen weer willen beginnen en bij een drie nog niet als ze je het dubbele salaris boden. Denk er vooral niet te lang over na. Klaar? Geef nu elk project afzonderlijk punten voor de volgende drie eigenschappen. De eerste zou je het nerd appeal kunnen noemen: gebruikte je innovatieve tools, technologieën en/of werkvormen? De tweede gaat over de sfeer binnen het team en de organisatie: hoe hartelijk, behulpzaam en professioneel was die? Hoe zat het tenslotte met je affiniteit tot de organisatie en het product waar je aan werkte. Kreeg je daar een gevoel van trots van, of liet dat je vrij onverschillig? Misschien werkte je wel aan een product waar je moreel niet achter kon staan, zoals bemiddeling van stoute afspraakjes voor mensen in een vaste relatie.

Doorgaan met het lezen van “Teamsfeer en betrokkenheid – en dan pas het gereedschap”